ING verwacht dat een afkoelende economie zorgt voor een krimp van het aantal uitzenduren in 2023 en 2024. Daarbij zet nieuwe regelgeving en een structureel krappe arbeidsmarkt het verdienmodel van veel flexbedrijven flink onder druk. Maar, zo stelt ING sectoreconoom Katinka Jongkind, “flexbedrijven kunnen een grotere rol pakken op het gebied van arbeidsmobiliteit tussen krimp- en groeisectoren.”

Om ook in de toekomst bestaansrecht te hebben ontkomen ze er alleen niet aan om duidelijke strategische keuzes te maken, waarschuwt Jongkind naar aanleiding van haar analyse van cijfers over de branche.

Beperkte krimp in uitzenduren
Na twee jaren van groei ziet ING in haar het aantal uitzenduren in 2023 met 3% krimpen. Voor 2024 verwacht de bank een verdere daling met 2%, met name vanwege een aanhoudend relatief lage economische groei.

Katinka Jongkind – sectoreconoom ING

Dubbelcijferige omzetgroei
De hele flexbranche had de afgelopen twee jaar de wind vol in de zeilen. De sector noteerde de laatste acht kwartalen op rij dan ook dubbelcijferige omzetgroei. Waren het in 2021 vooral de grote generieke uitzenders die goede zaken deden, in 2022 waren het met name de gespecialiseerde flexorganisaties die hun omzet sterk zagen groeien, aldus Jongkind. Dat komt volgens haar door de krappe arbeidsmarkt was er meer vraag naar werving & selectie, bemiddeling van zzp’ers en detachering. Zo realiseerden de leden van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) vorig jaar gemiddeld een omzetgroei van 18%. Ook in het eerste kwartaal van 2023 groeide de omzet met 11%, fors hoger dan de 7% omzetkrimp van de grote generieke uitzenders.

Inhuur flexkrachten valt stil
De ING constateert dat aan het begin van het tweede kwartaal van 2023 had bijna één op de vijf flexbedrijven last van een afnemende vraag naar flexpersoneel. De krapte op de arbeidsmarkt blijft ondertussen onverminderd groot. Bijna de helft van de flexbedrijven ook zelf last van de personeelsschaarste. “Dit zet een rem op de groei van flexbedrijven. Immers, door het personeelstekort stokt de toestroom van (nieuwe) uitzendkrachten en daarmee ook de groei” constateert Jongkind.

Sterke krimp in uitzendbanen
ING ziet dat de afnemende vraag naar flexwerkers vooral zichtbaar is in de ontwikkeling van het aantal uitzendbanen. In het eerste kwartaal van 2023 kromp het aantal uitzendbanen voor het eerst in twee jaar met 45.000. Dat zijn er 6% minder ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Jongkind ziet meerdere oorzaken:
1.    Bedrijven maken in 2023 een pas op de plaats met de inhuur van personeel vanwege een lagere economische groei, een relatief hoge inflatie en aanhoudende onzekerheid in de markt.
2.    In een structureel krappe arbeidsmarkt krijgen uitzendkrachten sneller een vast contract aangeboden, ook door de flexbedrijven zelf.
3.    In bepaalde sectoren – zoals de zorg, horeca en de bouw – is het in een structureel krappe arbeidsmarkt én met de huidige wet- en regelgeving aantrekkelijker om als zzp’er aan de slag te gaan dan als uitzendkracht.

Marges onderdruk, winstgevendheid daalt  

Overigens staan de winstmarges in de flexbranche al langere tijd onder druk door de Toenemende concurrentie – aantal flexbedrijven is volgens ING sinds 2015 met ruim 40% toegenomen – zet winstmarges onderdruk. Die marges liggen voor arbeidsbemiddeling aanmerkelijk hoger dan die voor uitzenden, maar laten wel een dalende trend zien. “Vooral uitzenden is verworden tot een lage marge-business. Alleen daar red je het niet meer mee, tenzij je specialistisch bent of in een nichemarkt opereert” aldus Jongkind.

 

Een afnemende vraag, lagere marges in combinatie het hogere inflatie en stijgende lonen zorgt voor een verslechtering van de winstgevendheid van flexbedrijven.

Uitzendwerk wordt duurder en minder flexibel
Jongkind ziet ook dat de sector ook geraakt wordt door strengere regelgeving. Nieuwe regelgeving maakt uitzendwerk in de toekomst duurder en minder flexibel. Het uiteindelijke doel is om uitzendwerk alleen in te zetten voor ‘ziek & piek’ en niet langer voor werk op structurele basis, een enkele uitzondering daargelaten. Het concurreren op arbeidsvoorwaarden behoort hiermee tot de verleden tijd. “Hierdoor zal een deel van het uitzendwerk in zijn huidige vorm in de toekomst weinig bestaansrecht meer hebben. Naar verwachting zal dit leiden tot een shake-out van uitzendorganisaties, en dan met name van bedrijven die hun bestaansrecht ontlenen aan sterke concurrentie op het gebied van uitgeklede arbeidsvoorwaarden.”

Jongeren liever zzp’er dan uitzendkracht
Een andere trend is de verschuiving naar andere flexibele arbeidsvormen, zoals het zelfstanding ondernemerschap. Het uitblijven van wetgeving rond zzp zorgt volgens ING voor een toename van het aantal zzp’ers in de werkzame beroepsbevolking.

ING ziet dat jongeren vooral op zoek zijn naar flexibiliteit en een goede balans tussen werk en privé. Dit doen ze door bijvoorbeeld als zzp’er te werken via online werkplatformen als Temper en YoungOnes, waar ze zelf hun opdrachten, werktijden en tarieven kunnen bepalen.

Strategische keuzes noodzakelijk
“Het is duidelijk dat de flexmarkt in de huidige vorm niet langer naar behoren functioneert.” zo concludeert Jongkind. “Flexbedrijven ontkomen er niet aan om duidelijke strategische keuzes te maken om ook in de toekomst bestaansrecht te hebben. Daarbij biedt de structureel krappe arbeidsmarkt ook weer nieuwe mogelijkheden. Zo wordt het voor uitzendorganisaties interessanter om te investeren in goed werkgeverschap om uitzendkrachten langdurig aan zich te binden, bijvoorbeeld door ze direct een vast contract aan te bieden.”

De sectoreconoom denkt dat flexbedrijven met opleidingen, omscholen en loopbaanbegeleiding een grotere rol pakken op het gebied van arbeidsmobiliteit tussen krimp- en groeisectoren. “Bijvoorbeeld door zich specifiek te richten op 50-plussers of zich te specialiseren in het omscholen van praktisch geschoold personeel. Ten slotte kunnen flexorganisaties, vanwege hun kennis en ervaring, andere bedrijven ontzorgen en adviseren op het gebied van HR. Uiteindelijk leidt een verbreding van de dienstverlening tot een langduriger klantrelatie én een hogere toegevoegde waarde.”

Bron: ING, 29 juni 2023